Zutphen

Wie van het westen uit Zutphen nadert, ziet direct waarom Zutphen ook wel ‘torenstad’ wordt genoemd: de aanblik wordt gedomineerd door statige, witte koopmanshuizen met daarbovenuitstekend de torens van de stad – in één oogopslag is te zien dat Zutphen een stad is met een rijk verleden.

Op afstand wordt de nieuwsgierigheid naar hetgeen daarachter schuilgaat dus al geprikkeld. En Zutphen heeft dan ook veel te bieden: een schitterend historisch stadscentrum, vele evenementen, markten, een zeer uitgebreid winkelaanbod, restaurants, cafe’s, musea en galeries… Het is dan ook niet verwonderlijk dat Zutphen jaarlijks – zowel ’s zomers al ’s winters – bezocht wordt door vele toeristen.

Geschiedenis van Zutphen

De plaats Zutphen is al bijna tweeduizend jaar onafgebroken bewoond. Het is gelegen op een zandrug met rivierduinen aan de twee goed bevaarbare rivieren IJssel en Berkel, temidden van drassige overstromingsgronden. De naam ‘Zutphen’ is dan ook een verbastering van ‘Sutfenne’ (= Zuidvenne).

In het jaar 882 verwoestten de Vikingen de nederzetting en het hier gevestigde Frankische koningshof. Om verdere invallen beter te kunnen weerstaan werd rond het jaar 890 een grote ringwalburg aangelegd, die nog altijd het centrum van de stad vormt. De droge grachten en aarden wallen, die destijds de ringwalburg omsloten, zijn tegenwoordig terug te vinden in het patroon van de huidige markten rond het centrum.

In de elfde eeuw werd Zutphen korte tijd een residentie van de Duitse keizers die hier een imposante romaanse palts met een lengte van 54 meter lieten bouwen. In 1046 werd Zutphen en het omliggende graafschap door de keizer geschonken aan de bisschop van Utrecht, die er de eerste grote St. Walburgiskerk liet bouwen. De bisschop liet het bestuur van de burcht en het graafschap over aan een grafelijke familie die zich Graven van Zutphen gingen noemen. Deze graven werden al snel zeer machtig en lieten zich weinig gelegen aan hun heer, de bisschop. Na een machtsstrijd om de Zutphense erfenis tussen 1120 en 1138 kwam het graafschap in handen van de graven van Gelre.

Otto I, graaf van Gelre en Zutphen (ca. 1150-1207) verleende de stad tussen 1191 en 1196 als eerste Gelderse stad stadsrechten, na Utrecht en Deventer de derde stad in Nederland. Dat betekende ondermeer zelfbestuur, eigen rechtspraak, en het instellen van de nog altijd bestaande donderdagmarkt. De stad nam een centrumpositie in doordat ze de moederstad was van een grote ‘stadsrechtfamilie’: het Zutphense stadsrecht stond model voor het stadsrecht van Harderwijk, Doetinchem, Wageningen, Groenlo, Hattem en waarschijnlijk ook Elburg.

Zutphen groeide in de dertiende eeuw zeer snel en trad toe tot het Hanze-verbond. Kooplieden uit vooral het Rijnland vestigden zich in Zutphen, aangelokt door de gunstige ligging aan de belangrijkste vaarroute tussen het Rijnland en de Noord- en Oostzee en ook door de vele tolvrijheden. Je kon Zutphense vrachtvaarders tegenkomen in Engeland, Noorwegen, langs de kusten van de Oostzee tot in Estland, Duitsland, Vlaanderen en Frankrijk aan toe.
Rond 1250 stichtte graaf Otto II (1215-1271) zelfs een nieuwe stad ten noorden van de Berkel: de Nieuwstad, die in 1312 met de oude stad werd verenigd. In de veertiende eeuw werd de nieuwe, verenigde stad in haar geheel ommuurd. De nog bestaande delen van de stadsmuur dateren dan ook uit die tijd. De bloeitijd van de stad duurde van ongeveer 1200 tot 1400.
De meeste huizen in de stad waren tot in de dertiende eeuw van hout. Na enkele catastrofale branden (in 1284, ca. 1310 en 1336) stimuleerde het stadsbestuur de burgers om de (her)bouw van hun huizen in baksteen uit te voeren; er lagen bij de bouw van een stenen huis forse subsidies voor bakstenen en dakpannen in het verschiet.

Uit bouwhistorisch onderzoek is gebleken dat de stad onvoorstelbaar rijk is aan middeleeuwse gebouwresten. Meer dan honderd huizen van vóór 1500 zijn vaak nog van kelder tot kap gaaf bewaard gebleven. De oudste nog bestaande bakstenen huizen zijn meer dan 700 jaar oud. De nog altijd grootste en hoogste huizen in de binnenstad dateren uit de periode rond 1350, Zutphens economische bloei als Hanzestad. Zutphen is daarmee één van de gaafst bewaard gebleven middeleeuwse steden van Nederland.


Omgeving

Wie de stad even achter zich wil laten, kan in de omgeving van Zutphen zijn hart ophalen: of u nu naar de omgeving van Vorden gaat, waar prachtige kastelen en uitgestrekte landgoederen te bewonderen zijn… Of een bezoek brengt aan Bronkhorst, met zo’n 150 inwoners het kleinste stadje van Nederland, en met het pontje de IJssel oversteekt… Of over slingerende dijken de IJsselvallei intrekt… Vrijwel overal in de omgeving van Zutphen vindt u plekjes waar u heerlijk kunt wandelen of fietsen, en waar u kunt genieten van prachtige natuur… en dat allemaal op nog geen 10 kilometer van de stad.

Op plm 100 mtr de rivier De Berkel ligt en daar gevaren kan worden met de Fluisterboot of met de paard en wagen een rondrit door Zutphen.

En voor wie geen fiets tot zijn beschikking heeft: een huurfiets is zo geregeld…